De acht steden van de Zuiderzeeroute lagen alle aan de voormalige Zuiderzee. Schepen voeren af en aan met haring, kaas, hout, graan en laken, en de steden groeiden uit tot de rijkste van de Lage Landen. Alle acht behoorden tot het tweede of westelijke kwartier van de Hanze, met Keulen als kwartierstad. De Nederlandse Zuiderzee-steden waren de meest westelijke schakel in een grote handelsketen - zij verhandelden grondstoffen naar de markten van Vlaanderen en Engeland, en brachten lakens en wijnen naar het oosten. De Zuiderzee was in de 14e en 15e eeuw een van de productiefste haringwateren van Noord-Europa, en het Lüneburger zout dat via de Hanze werd aangevoerd maakte het mogelijk die vangst te conserveren en over heel Europa te verhandelen. Zonder de Hanze, geen haringhandel op schaal. Zonder de haringhandel, geen rijkdom aan de Zuiderzee.
Enkhuizen leefde in de 15e eeuw van de haringhandel - de meest lucratieve Zuiderzeevisserij. De Drommedaris-toren bewaakt nog altijd het havenfront, en het Zuiderzeemuseum vertelt het verhaal van het leven aan de Zuiderzee. Hoorn was de grootste Hanzehaven aan de West-Friese kust. De Hoofdtoren aan de haven en de Rode Steen met het Waaggebouw dateren uit de Hanzetijd. Edam was bekend om kaashandel en scheepsbouw - beide verhandeld via het Hanzenetwerk. Het intacte historische centrum weerspiegelt de middeleeuwse welvaart.
Monnickendam was een kleine maar actieve Hanzestad met de vishandel en doorvoer als economische pijlers. Harderwijk was vroegste lid van de acht - al vóór 1280 aangesloten bij de Hanze - met bewaard gebleven Vispoort en stadsmuren als stille getuigen van een tijd dat deze stad haringen verscheepte naar Lübeck en Riga. Elburg is het juweel van de tour: het best bewaarde middeleeuwse stadsplan van Nederland, met een volledig intact rechthoekig straatpatroon uit 1392, complete omwalling en de Vischpoort. Kampen was in de 14e eeuw de rijkste en machtigste stad aan de Zuiderzee - rijker dan Utrecht, groter dan Deventer. De stad bevoer de Oostzee, de Noord-Duitse kust, Engeland en Frankrijk. De Koornmarktspoort, het Oude Raadhuis en de massieve stadsmuren zijn het bewijs van die macht. Kampen controleerde als poort van de IJssel de toegang tot de Zuiderzee en was daarmee de scharnierpunt van de hele Nederlandse Hanzehandel. Stavoren tot slot, is de oudste stad van Friesland en trad in 1412 als Friese havenstad toe tot de Hanze. Als meest westelijke Friese Zuiderzeepoort verbond Stavoren de Friese veengebieden met het Hanzenetwerk.
Die acht Städte der Zuiderzee-Route lagen alle an der ehemaligen Zuiderzee. Schiffe liefen mit Hering, Käse, Holz, Getreide und Tuch ein und aus, und die Städte entwickelten sich zu den wohlhabendsten der Niederlande. Alle acht gehörten zum zweiten beziehungsweise westlichen Quartier der Hanse, dessen Quartierstadt Köln war. Die niederländischen Zuiderzee-Städte bildeten das westlichste Glied einer großen Handelskette: Sie exportierten Rohstoffe auf die Märkte Flanderns und Englands und brachten Tuch und Wein in den Osten. Die Zuiderzee gehörte im 14. und 15. Jahrhundert zu den ertragreichsten Heringsgewässern Nordeuropas, und das über die Hanse eingeführte Salz aus Lüneburg machte es möglich, die Fänge zu konservieren und in ganz Europa zu vermarkten. Ohne die Hanse kein Heringshandel im großen Stil. Ohne den Heringshandel kein Reichtum an der Zuiderzee.
Enkhuizen lebte im 15. Jahrhundert vom Heringshandel – dem einträglichsten Erwerbszweig an der Zuiderzee. Der Drommedaris bewacht noch heute die Hafeneinfahrt, und das Zuiderzeemuseum erzählt die Geschichte des Lebens an der Zuiderzee. Hoorn war der größte Hansehafen an der westfriesischen Küste. Der Hoofdtoren am Hafen und der Rode Steen mit dem Waaggebouw stammen aus der Hansezeit. Edam war bekannt für Käsehandel und Schiffbau – beides Wirtschaftszweige, die über das Hanse-Netzwerk florierten. Das hervorragend erhaltene historische Zentrum zeugt noch heute vom mittelalterlichen Wohlstand.
Monnickendam war eine kleine, aber aktive Hansestadt, deren wirtschaftliche Grundlagen der Fischhandel und der Warenumschlag waren. Harderwijk war das früheste Mitglied der acht und bereits vor 1280 Teil der Hanse. Das erhaltene Vispoort und die Stadtmauern sind stille Zeugen einer Zeit, in der von hier Heringe nach Lübeck und Riga verschifft wurden. Elburg ist das Juwel der Route: der am besten erhaltene mittelalterliche Stadtgrundriss der Niederlande mit einem vollständig intakten rechteckigen Straßennetz aus dem Jahr 1392, einer kompletten Befestigungsanlage und der Vischpoort. Kampen war im 14. Jahrhundert die reichste und mächtigste Stadt an der Zuiderzee – wohlhabender als Utrecht und größer als Deventer. Die Stadt unterhielt Handelsverbindungen zur Ostsee, zur norddeutschen Küste, nach England und Frankreich. Die Koornmarktspoort, das Alte Rathaus und die massiven Stadtmauern zeugen noch heute von dieser Macht. Als Tor zur IJssel kontrollierte Kampen den Zugang zur Zuiderzee und war damit der Dreh- und Angelpunkt des gesamten niederländischen Hansehandels. Stavoren schließlich ist die älteste Stadt Frieslands und trat 1412 als friesische Hafenstadt der Hanse bei. Als westlichstes friesisches Tor zur Zuiderzee verband Stavoren die friesischen Moorgebiete mit dem Hanse-Netzwerk.