De vijf steden van de Baltische Hanzeroute liggen in wat historisch Lijfland en Estland werd genoemd - een gebied dat in de 13e eeuw werd veroverd en gekerstend door de Duitse ridderorden, en dat zijn stedelijke bloei volledig aan de Hanze te danken heeft. Zij vormden een gebied dat de schakel was tussen de Oostzee en de onmetelijke rijkdom van het Russische en Litouwse achterland: pelzen, was, barnsteen, hout en graan. Windau (Ventspils) opent de route als de meest westelijke stad, gelegen aan de monding van de rivier de Venta. De stad had een ijsvrije haven - een zeldzaamheid en een strategisch voordeel aan de Baltische kust. Het kasteel van de Lijflandse Orde is het oudste middeleeuwse fort in Letland dat uitzonderlijk goed bewaard is gebleven. Riga is het kloppende hart van de tour en onbetwist de belangrijkste Hanzestad van het Balticum. Riga was de poort naar onder meer de Russische pelzenhandel via de Düna (Daugava) en groeide uit tot de grootste stad van het Lijflandse kwartier. De 800 jaar oude binnenstad - de Vecriga - staat op de UNESCO-Werelderfgoedlijst, met gotische koopmanshuizen, de Dom en de resten van de middeleeuwse stadsmuur als zichtbare erfenis van de Hanzetijd. Wenden (Cēsis) was de hoofdzetel van de Lijflandse Orde. De ruïnes van het Ordekasteel domineren de stad nog altijd. Wenden was als zetel van de Orde de politieke hoofdstad van Lijfland en als Hanzestad de schakel tussen het ordegebied en het handelsnetwerk aan de kust.
Pernau (Pärnu) verbindt Letland met Estland als de zuidelijkste Estlandse Hanzestad. Het gebied werd bewoond door Duitsers die tot de 17e eeuw een Nederduits dialect spraken. Pernau was een onmisbare tussenhaven voor de kustvaart. Vandaag is Pärnu vooral bekend als de zomerhoofdstad van Estland, maar wie goed kijkt, ziet de Hanzetijd terug in de oude stadsmuren en de Rödtoren uit de 15e eeuw.
Reval (Tallinn) sluit de tour als haar indrukwekkendste eindpunt. Tallinn is één van de mooiste steden rond de Oostzee. Het middeleeuwse centrum bestaat uit een bovenstad en een lager gelegen gedeelte, beide op de UNESCO-Werelderfgoedlijst. De bovenstad - Toompea - was het domein van de ridderadel en de bisschop; de benedenstad was het domein van de Hanzekooplieden, met het Raekoja plats als middelpunt, omringd door gotische koopmanshuizen. Reval was de meest noordelijke grote Hanzestad en de directe doorvoerpoort naar Finland en het Russische Novgorod. Haar middeleeuwse stadskern is zo intact bewaard dat een bezoek voelt als een stap terug in de tijd!