Het Saksische kwartier bestond onder meer uit de steden Braunschweig, Maagdenburg, Halberstadt, Goslar, Hildesheim en Halle. Het is een groep die precies laat zien dat de Hanze geen kustfenomeen was: deze steden lagen diep in het binnenland van het Heilige Roomse Rijk, aan rivieren, zoutroutes en bergwegen die de grondstoffen van Midden-Europa naar de Oostzeehavens voerden.
Braunschweig was de kwartierstad en vervulde bovendien het ambt van maarschalk van de gehele Hanze - een positie die haar militaire en bestuurlijke coördinerende rol binnen het verbond weerspiegelde. Maagdenburg was co-kwartierstad en centrum van het Magdeburgse stadsrecht: een rechtssysteem dat door meer dan duizend steden in Midden- en Oost-Europa werd overgenomen, tot diep in Polen en Litouwen - een van de verstrekkendste juridische erfenissen van de middeleeuwse stadscultuur.
Halberstadt heeft een gotische Dom met uitzonderlijke middeleeuwse schatkamer en was handelsstad op de route tussen de Harzbergwerken en de Elbe. Goslar is de historische parel van deze route. De zilvermijnen van de Rammelsberg, al in gebruik sinds de 10e eeuw en nu UNESCO-werelderfgoed, financierden mede de vroeg-middeleeuwse handel in de regio. De keizerlijke palts (Kaiserpfalz) herinnert aan de tijd dat Goslar de favoriete residentie van de Salische keizers was - en tegelijk een handelscentrum in opkomst. Hildesheim, eveneens UNESCO-erfgoed met zijn romaanse Dom en de St.-Michaëlskerk, verbindt vroegmiddeleeuwse kunst met een actieve Hanzegeschiedenis. Halle ten slotte deelde met Lüneburg een overeenkomstige economische motor: zout, gewonnen uit de bronnen aan de Saale, dat via de Hanze werd verhandeld en de stad tot een van de welvarendste van het kwartier maakte.